Een oproep aan moedige uitgevers

Uitgevers! Wie van jullie begint er een ‘Kleine Franse Bibliotheek’? In aansluiting op mijn voorgaande blog ‘Smakelijk gekeken en gelezen’ is hier een dozijn titels van tijdloze Franse boeken die het verdienen om alsnog vertaald te worden. Het zijn oude favorieten waar ik het eerst aan denk, quelques-uns de mes coups de coeur. Dus de keus is heel persoonlijk. Om te controleren of er van deze boeken Nederlandse vertalingen zijn, had ik alleen het internet ter mijner beschikking. Dus het zou kunnen dat sommige ervan ooit zijn vertaald. Onderstaande boeken worden in Frankrijk nog steeds verkocht, van de meeste is een film gemaakt.

In alfabetische volgorde:

1947 Marcel Aymé: Le Vin de Paris

1943 René Barjavel: Ravage

1919 Pierre Benoît: L’Atlantide

1959 Antoine Blondin: Un Singe en hiver (zie foto)

1956 André Dhôtel: Le Pays où l’on arrive jamais

1935 Luc Dietrich: Le Bonheur des tristes

1973 Romain Gary: Les Enchanteurs

1911 André Gide: Isabelle

1919 André Gide: La Symphonie Pastorale

1948 Hervé Bazin: Vipère au poing

1950 Hervé Bazin: La mort du petit cheval

1965 Albertine Sarrazin: L’Astragale

In de komende maanden ga ik korte impressies over deze voor mij bijzondere boeken schrijven. Bijvoorbeeld, een boek als Ravage is actueel. Het is een indringend science-fictie-achtig boek dat een toekomst (2052) in Frankrijk en elders beschrijft waarin alles volautomatisch functioneert. Dan valt de stroom uit en blijft uit…

Print Friendly, PDF & Email
Deel dit artikel
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Smakelijk gekeken en gelezen

Le Vin de Paris, van Marcel Aymé. Een bundel pakkende, vaak hilarische verhalen uit 1947. Ik noem er een paar. La bonne peinture. Het smakelijke schilderij. Vlak na de oorlog, wanneer alles nog op de bon is, kijkt een uitgehongerde man naar een schilderij in een etalage en voelt zich opkikkeren. Na een uur kijken voelt hij zelfs dat hij uitstekend gedineerd heeft. Hij komt dagelijks terug. Het blijkt dat de artiest de bijzondere gave heeft om voedzame schilderijen te maken. Men hoeft er maar naar te kijken en men heeft gegeten en gedronken. De galeriehouder krijgt het door, ziet er brood in, na een tijdje breidt hij de business uit, sjieke schilderij-kijk diners worden georganiseerd. Uiteindelijk gaat de regering zich er mee bemoeien en wordt er een ministerie van voedzame-schilderij -productie opgericht.

Een ander verhaal uit dit boek, La Grâce,  gaat over een man die in de ogen van de Heer zoveel genade heeft dat hij van Hem een permanent aureool rond zijn hoofd heeft gekregen. De man vindt het genant, hij experimenteert met hoeden om niet op te vallen. Geen succes, de mensen blijven zijn lichtende aureool zien. Dan gaat hij zondigen om het aureool kwijt te raken. Eerst kleine vergrijpen, dan zwaardere, op den duur stort hij zich op de lichte vrouwen, maar tevergeefs, hij blijft genade vinden in de ogen van de Allerhoogste.

Van het beklemmende en komische verhaal La Traversée de Paris, de tocht door Parijs, is een beroemde film gemaakt, met Jean Gabin, Bourvil en Louis de Funès. Twee mannen slepen zich in 1942 van de ene naar de andere kant van Parijs met een geslacht varken in een koffer.

Het is jammer dat le Vin de Paris nooit in het Nederlands is vertaald. Hetzelfde geldt voor zoveel andere legendarische Franse boeken uit de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog. Uitgevers zien er geen brood in, vertalen is duur. Sommige bijzondere Franse boekjes die wel vertaald zijn worden niet herdrukt. Al die boeken komen in Frankrijk nog steeds uit, dus er is nog steeds interesse voor bij de generaties van nu.

Exercices de Style, van Raymond Quéneau. Een jonge man staat op het achterbalcon van een Parijse autobus. Hij heeft een zeer lange nek. Rond zijn hoed geen band maar een veter. Mensen stappen uit. De man irriteert de persoon naast hem door op zijn voet te gaan staan. Ruzie. Een kwartier later wordt de jonge man gezien bij het station Saint-Lazare, samen met een vriend, waartegen hij zegt dat hij een extra knoop aan zijn regenjas moet naaien. Hij wijst precies aan waar. Een zot verhaaltje van een pagina.

Waarom is dat boek zo bijzonder? Omdat Queneau het verhaaltje negenennegentig keer vertelt, steeds in een andere stijl. In de vorm van metaforen, op verraste toon, op de wijze van een droom, aarzelend, beledigend, in alle mogelijke werkwoordstijden, in deftige taal, in vulgaire taal, met tussenwerpsels, met uitroeptekens, Javaans accent, Italiaans accent en ga zo maar door. Een kostelijk boek. Zeer leerzaam ook, mocht u uw stijl willen oefenen, zij het in het Nederlands of in het Frans. Dit juweel is ooit in het Nederlands vertaald door Rudy Kousbroek. Het heet “Stijloefeningen’. Zijn vertaling is niet meer te vinden op de tweedehands markt. Waarom wordt het niet herdrukt? Ik ging op zoek via internet en vond dat het gebruikt wordt door Louise Cornelis bij haar schrijfcursussen. Ik las dat het misschien voor de cursus herdrukt zal worden en wellicht ‘uitgebreid’. Een loffelijk initiatief, alhoewel ik vind dat het boek van Queneau moet blijven. Eventuele extra’s los bij te voegen voor cursisten.

Print Friendly, PDF & Email
Deel dit artikel
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Le Luxe

‘Notre pays Batave est tellement petit que nous n’avons pas notre climat à nous’, je faisais remarquer à mon psy, l’autre jour.

Il s’est bien habitué à mes cafards. Mais cette remarque avait pour lui un air de nouveauté.

‘Le plus souvent nous sommes sous le temps anglais,’ je continuais. Parfois le temps allemand. De temps en temps on est couvert par un anti-cyclone français… pas trop souvent, hélas. La Belgique a le même problème, l’autre jour j’étais surpris d’entendre par la radio flamande qu’un orage s’approchait par la Manche, du côté de l’Albion perfide. Pourquoi n’arrêtons- nous pas nos services nationales de météo et ne donnons-nous pas à  tous un nouvel imper? On pourrait voir arriver le temps de loin en regardant le radar et les chaînes étrangères. Ainsi on pourrait prendre nos dispositions.’

‘De ton côté, toujours du neuf mais rarement du bien’ disait Dr. Fruit, ‘ça confirme ma présomption de l’autre jour: tu as un problème d’identité. Courage, mon vieux, parle-moi un peu de ton enfance’.

‘Arrêtez surtout de parler de mon enfance,’ je répondais. Notre pays est trop petit, il faut l’accepter. Je me sens perdu, après avoir demeuré partout dans le monde tout en parlant la langue locale. Je n’arrive plus à réintégrer ma langue maternelle. De surcroît, notre pays est tellement petit que nous n’avons plus même notre langue à nous! On parle le Néerlandais pur encore en Flandres, mais ici il s’est tourné en dialecte anglais. En fait, il y a très longtemps que nous avons eu une langue à nous, ça s’appelait le‘Bas Allemand’, il y en a des traces encore comme le mot überhaupt. Des centaines de mots, comme parapluie et portemonnaie, tombaient d’un anticyclone français pendant la belle époque de notre tout premier roi bien aimé, Louis Napoléon. Il nous aimait bien. C’est dû à  nos pluies incessantes et notre amour d’argent, ça s’entend. Depuis la Seconde Guerre Mondiale on est sous l’influence de la langue anglaise: une dépression qui flottait vers notre pays à travers l’Atlantique dès l’Amérique, via l’Albion perfide donc. Ce n’était pas possible avant, à cause de la guerre des Boers. Ici on n’a pas du tout aimé cette guerre. Ces Boers sont nos cousins, quoi. Maintenant, on attend le Péril Jaune. Dans les années 1930, Louis-Ferdinand Céline en avait  déjà averti tout le monde. Encore un Louis, donc.  Mais à cette époque intervenait une méchante perturbation de l’Est. Céline n’y avait pas compté, avec ces Nacht und Nebel. Actuellement, notre langue est tellement envahi par l’Anglais qu’ici, bientôt, on parlera officiellement ‘Le Polder’s English’. Mon fils dit ‘piece of cake’ où mon père en son temps disait encore ‘simple comme bonjour’ et pour lui c’était du Néerlandais pur.

Le docteur Fruit n’avait jamais quitté la ville de Gouda et ne mangeait que son propre fromage, un des trois que nous avons à notre disposition ici. J’ai arrêté les consultations.

Je vais me reposer à Lyon, chez mon fils français et ma belle-fille française. Ils vont me gâter. En France il existe 513 fromages. Les deux cuisinent, spécialement pour moi, des tous petits petits-fours avec de la poudre d’or dessus. Époustouflé, je demandais à ma belle-fille pourquoi – en Hollande on ne met pas de la monnaie sur les friandises – et elle repondait: “Le Luxe”.  Ouff, comme je respirais!

 

Print Friendly, PDF & Email
Deel dit artikel
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Francofielen

‘Aujourd’hui, maman est morte’ zei de galeriehouder toen ik voor het eerst bij hem naar binnen stapte. ‘Ou peut-être hier, je ne sais pas’, vervolgde ik moeiteloos. Zo’n snelkoppeling maak je niet vaak mee tussen vreemdelingen in eigen land, zelfs niet in het centrum van het internationale Den Haag. Ik had net mijn Monde des Livres gekocht bij de sigarenzaak in de Heulstraat en was bezig nog even een wandeling te maken door het Noordeinde, toen mij in een vitrine een prachtige litho affiche gewaar werd van een vroege Kees van Dongen tentoonstelling.

‘Dit was een van mijn trucs toen ik nog in Frankrijk woonde,’ zei de houder. ‘Ik had daar jarenlang een reclamebureau. De Fransen denken dat de beschaafde wereld ophoudt bij de Maas, ten Noorden waarvan Bataven wonen in dampige moerassen. Ik zei die openingszin van Camus bij eerste kennismaking met een klant. Voor de juiste toonzetting. Even duidelijk maken dat ik verder ben geweest dan Gouda. Overigens, bij het zien van uw krant dacht ik dat u Frans was.’

Blijkbaar is mijn Frans niet accentloos. ‘Liefde voor hun literatuur,’ zei ik.

‘Gouda is een van de enige drie Nederlandse  plaatsnamen die ze kennen,’ ging hij verder. ‘Kaas. Ze noemen ons het land van de drie kazen. Zelf hebben ze er vijfhonderd. Voelt u hem? Ook ik houd van hun literatuur, maar hai wat zijn die lui arrogant. Ik heb mijn zaak daar goed verkocht en ben hier met affiches begonnen.’

Op een tafeltje prijkte  een opengeslagen uitgave van de Recherche van Proust, geïllustreerd door Kees van Dongen. In drie delen, 77 illustraties.

‘Eens in de maand ga ik met de Thalys naar Parijs,’ zei hij. Oude affiches kopen, in de veiling bij Drouot. Goed dejeuneren. Maar ik zorg dat ik dezelfde avond thuis ben.’ Ik heb de drie delen gekocht. Op het terrasje aan de overkant dronken we een glas wijn, op de goede afloop. Zoals Fransen doen, na een mooie aanschaf.

 

Print Friendly, PDF & Email
Deel dit artikel
  •  
  •  
  •  
  •  
  •