Door Albert Waterhondt

De hormonen gingen loeien. Elke avond ging hij slapen met romantische gedachten over een zwartharig meisje. Theorie, want hij had nog nooit een meisje van dichtbij gezien. Laat staan zwartharig. Het wezen van de vrouw was hem vreemd. Hij had geen zussen, geen tantes. Alleen het droombeeld van zijn ongetrouwd gebleven oud-tante. Met meisjes spelen mocht hij niet. Als muze voor de anima bewustwording moest hij het dus doen met zijn moeder. Hij begon haar dus beter te observeren, om daarna langzaam en aarzelend in te zien dat ze keihard en onverbiddelijk was. Zij was de heerseres thuis, vooral over zijn vader. Erger nog, zij kleedde zich altijd onzichtbaar aan en uit. Als het koud was zittend achter het wasrekje bij de kachel in de woonkamer, nadat hem dringend gevraagd was de andere kant uit te kijken. Hij was dus volstrekt niet op de hoogte van de buitenkant van het vrouwelijk lichaam. Theoretisch wist hij een pietsje want hij  was een nieuwsgierige jongen en had wel eens wat gezien in het menskundeboek van Kahn of in winkels waar ze tijdschriften met witte wikkels verkochten.

Door zijn steeds frequenter wordende dromen stond het voor hem vast als een paal boven water, dat een meisje aardig vinden zeer zondig is. Op catechisatie was hem immers steeds met de paplepel toegediend:

Vraag  8 : Maar zijn wij alzo verdorven, dat wij ganselijk onbekwaam zijn tot enig goed en geneigd tot alle kwaad?

Antwoord 8 : Ja wij, tenzij dan dat wij door den Geest Gods wedergeboren worden

Heidelbergse catechismus, Zondag  3

Deze catechisatie pap werd hem spoedig te gortig. Een keer geboren altijd geboren. Er mocht dan nog zo mooi orgel gespeeld worden in de kerk, hij wilde er niet meer naar toe. Een God in mensengedaante was voor hem niet te rijmen met het monotheisme. Onbevlekt ontvangen al helemaal niet. Een mens is opgestaan uit den dood en ten hemelgevaren? Het kon er bij hem niet in. Een goed mens, een indrukwekkende dissidente rabbijn en Nazoreeër was die Jezus, dacht hij, maar daar waren er wel meer van in die tijd. Hij ging er over in discussie met de dominee maar die zei hem dat alleen diegenen die voorbestemd waren gered zouden worden. Pech gehad, hij hoorde dus niet tot die happy few, dat was reeds gepredestineerd voordat hij een ovocyt was. Als gevolg van de catechisatie nam hij voorgoed afscheid van het christelijke geloof en liet het voortaan bij de vijf boeken van Mozes, de Prediker en uiteraard het Hooglied. De laatste restjes schuldgevoelens hierover verdwenen toen hem met de jaren duidelijk werd welke misdaden in de wereld waren gepleegd met het Nieuwe Testament in de hand.

(wordt vervolgd)

Print Friendly, PDF & Email
Deel dit artikel
  •  
  •  
  •  
  •  
  •